
Dick Spijker (Amsterdam, 1953) schrijft sinds hij dat van juffrouw Dikhout heeft geleerd: verhaaltjes, opstellen, vakantiedagboeken, nooit uitgegeven krantjes. Hij werd geschoold door de leerkrachten van het Woltjer Gymnasium in Amsterdam en door alles wat hij heeft gelezen. Vooral korte verhalen hadden zijn aandacht. Hij las en herlas de boeken op het bescheiden boekenplankje van zijn ouders: Carmiggelt, Knap, Bomans. Later kwamen daar bundels bij van Somerset Maugham, Le Fanu, Edgar Allan Poe, Cees Nooteboom, Bob Den Uyl, Guy de Maupassant en vele anderen.
Sinds 2010 schrijft hij zelf ook korte verhaaltjes, onder het pseudoniem De Blik van Dick. Een deel van deze verhaaltjes is geplaatst op zijn eigen website; daarnaast publiceert hij onder andere bij Suriname Holidays enMeerZicht, het gemeenteblad van De Bron in Amsterdam Watergraafsmeer.
In oktober 2019 verscheen zijn eerste bundel met verhalen; over Suriname, waar zijn vrouw Joke en hij in 2014 voor het eerst op vakantie gingen. Daarna hebben zij daar enige tijd gewoond en gewerkt.

Olga Maria Berger (Lage Mierde, 1952) haar passie voor schrijven heeft haar in 2006 de literatuurprijs Eindhoven opgeleverd. Dat was een extra stimulans om verder te gaan met het schrijven van fictie. Ze lijkt verhalen in te ademen en die willen vastgelegd worden. Leven met personages en het broezelen van haar brein als een verhaal zich ontwikkelt, is een verslaving geworden. Het schrijven van non-fictie is een welkome afwisseling en biedt inspiratie voor fictieverhalen.

Jan Musters (december, 1951) komt op vierjarige leeftijd, samen met zijn ouders, broers en zussen vanuit Bergen op Zoom in de Fatimawijk van Roosendaal wonen. Achter het huis: park de Verfraaiing, daarachter weidse weilanden, open akkers, boomgaarden, fraaie houtwallen en meanderende waterlopen, hier en daar een boerderij. Deze omgeving vormt het uitgangspunt om in beelden te fantaseren. Al gauw worden deze beelden omgezet in woorden die de basis leggen voor zijn poëzie. De inspiratie verbreedt: films, teksten, ontmoetingen en alledaagse gebeurtenissen vormen nu ook vertrekpunten om te komen tot gedichten. Hij wil voldoende ruimte laten en geven aan de lezer om een eigen ervaring te beleven. Het gedicht is het begin en als zodanig voor hem niet af. Naast het schrijven van gedichten krijgt zijn inspiratie ook vorm in sculpturen. Hierbij wordt zoveel mogelijk weggelaten om tot de kern te komen, met ook hierbij de ruimte om er als toeschouwer een eigen invulling aan te geven.
Website: www.cubra.nl

René Spruijt (Roosendaal, 1948) is opgegroeid als middelste in een gezin met drie jongens. Hij heeft zijn jeugd doorgebracht in de vrijheid tussen velden en sloten. Was mogelijk toen al op zoek naar de esthetiek van de modder. Leren zien, bezien en inzien kenmerken zijn leven, in de wereld en in zijn poëzie. Op velerlei manieren heeft hij de opgedane visuele ervaringen en de achtergelaten indrukken weergegeven in beelden: in 2- en 3-dimensionaal werk, in verhalen en poëzie.
Te zien op YouTube.com/ Zoekterm: René Spruijt
Te vinden op website: www.cubra.nl en www.spruijt-n-spruyt
Cultureel Brabant Poëziepagina: René Spruijt

Paul Braamberg (1958) woonde in verschillende buitenlanden. Zo vertrok hij in 1992 naar Tsjechoslowakije en nooit heeft hij dat land nog verlaten. Wel verbleef hij vervolgens vier jaar in de Tsjechische Republiek. Via enkele andere landen keerde hij in 2001 terug in Nederland.
Toen Braamberg in 2006 begon te schrijven, merkte hij dat hij dat altijd had moeten doen. Vanaf 2007 publiceerde hij een viertal verhalen in Tsjechische culturele tijdschriften. Ook haalde hij de shortlist van menige Nederlandse schrijfwedstrijd. Daarna wijdde hij al z’n schrijftijd aan een roman over Praag, die mogelijk binnenkort zal verschijnen.
Zijn meest recente werk vormen zijn twee verhalen in de bundel koud en teder van deze uitgever.
Braamberg schrijft liever fictie dan non-fictie, immers: zoals men makkelijk een hoeveelheid melkpoeder, gewonnen uit vijf liter melk, opgelost krijgt in één liter water, het is een kwestie van goed roeren, zo is goeie fictie ‘waarder’ dan de waarheid, of in ieder geval waar-achtiger dan non-fictie. Vanzelfsprekend vraagt Braamberg zich af of zijn fictie die pompeuze ‘waarheid’ juist niet verdoezelt. Schrijven is lastiger dan gedacht.

Marc Alphons (Eindhoven, 1964) hield als kind al van schrijven. Zijn opstellen werden in de klas voorgelezen. Pas in 2006 begon hij serieus met het schrijven van korte verhalen. Favoriete thema’s zijn familie, werk en muziek. Twee verhalen zijn gepubliceerd in de verhalenbundel ‘koud en teder’ (Uitgeverij Spruijt & Spruyt, 2015).
Marc werkt in de rechtspraak en concipieert uitspraken voor rechters. Daarnaast houdt hij zich bezig met redactiewerk voor enkele schrijvers

Hedwig Meesters (Roosendaal, 1958) werkte bijna dertig jaar als secretaresse bij een chemie multinational. Ook redigeerde en schreef ze zakelijke teksten voor het bedrijf. In haar privéleven schrijft ze korte verhalen. Momenteel werkt ze aan een roman. ‘Essentieleer voor Beginners’ is haar tweede verhaal dat in een bundel verschijnt.

Lieve Streulens (Gent, 1977) zette haar eerste schrijfstappen als tiener, geboeid door haar grote voorbeelden Thea Beckman, Guus Kuijer en Jan Terlouw. Ze schreef enkele korte verhalen voor kinderen en jongeren. Het duurde tot 2012 voor ze durfde deelnemen aan een schrijfwedstrijd, en behaalde meteen de vierde plaats op de Grimmige Schrijfwedstrijd met het verhaal ‘De huurmoordenaar’. Niet lang daarna behaalde ze de top 30 in de Paul Harlandprijs met ‘Eryna’s talijn’. In 2013 werd ze met ‘Roos’ één van de 25 winnaars van de wedstrijd Zonden van een Minnares. Een jaar later haalde ze een gedeelde tweede plaats met haar verhaal ‘Wonderwensen’ in de schrijfwedstrijd Wonderland. In 2016 werd ze toegelaten tot de SchrijversAcademie in Antwerpen, waar ze momenteel werkt aan een dystopische roman. Ze werkt als communicatiemedewerker in Sint-Niklaas en woont met haar man en twee zonen in de Wase polders.

Rémon Saaltink (Arnhem, 1988) wordt begeleid en gecoacht in zijn schrijven door de Schrijversvakschool in Amsterdam. De afgelopen jaren heeft hij aan diverse wedstrijden meegedaan, die geresulteerd hebben in publicaties in verschillende verhalenbundels. Tevens is zijn eerste roman ‘Stilleven’ op de shortlist gekomen bij een uitgeverij, welke op dit moment verder wordt verfijnd. In het dagelijks leven richt Rémon zich op een promotieonderzoek aan de Universiteit van Utrecht. Sinds een aantal jaar ervaart Rémon hoe heerlijk het kan zijn om zich, naast de dagelijkse bezigheden, terug te trekken in zijn schrijverswereld; een wereld waarin nog alles mogelijk is.

PerSphere (1987) is een jongeman met een rijk verleden. In zijn traject naar volwassenheid heeft hij diepe dalen gekend. Naarmate zijn leven vorderde begon hij de antwoorden op levensvragen te zoeken in spiritualiteit en vond zo een warm thuis binnen het zenboeddhisme.
Tijdens een van de dalen ontdekte hij dat door te dichten zijn pijn iets draaglijker werd. Dit leidde eind 2012 tot een eerste, Engelstalige dichtbundel; ‘Daybreak of Silence’. PerSphere bleef schrijven. Ditmaal in zijn moedertaal, dat schone Nederlands.
Inmiddels heeft PerSphere het grootste duister achter zich kunnen laten.
Hoe glanzen nu de parels die hij in de diepte vond.
